Michel Van Brempt De laatste der carnavalisten

Michel Van Brempt, één van de laatste échte carnavalisten. Zaakvoerder, politicus, hobbykok, carnavalist, hoofdsponsor van BBC Osiris Aalst.

Waar haal jij al die tijd en energie vandaan?

Ik kan niet anders! Ik heb dat nodig. Iemand zei me ooit dat als ik geen project heb, ik ook niet leef. Ik heb dat nodig om mij goed te voelen. Ik slaap gemiddeld ook maar 4 à 5 uur per nacht en voor mij is dat voldoende. 

Naar de prinsenverkiezing geweest?

Tuurlijk, Yvan is een goede vriend van mij, het werd tijd dat hij prins werd, anders moesten we waarschijnlijk naar Lede bellen om hem te komen halen (lacht). Eigenlijk moest hij de eerste keer dat hij deelnam al gewonnen hebben, maar toen was het nog het oud systeem met de kaarten. Dat aspect hadden ze wat onderschat. Het voordeel van het huidig systeem is dat je het volk bij je verkiezing betrekt, zo mobiliseer je al vlug 250 man per kandidaat. Sinds de invoering van het nieuwe systeem heeft voor mij steeds de beste gewonnen.

Jij bent altijd lid geweest van de Moikes

Ik ben lid geweest van het tweede jaar dat ze bestonden, dus sinds 1976. Die tijd kan je niet meer vergelijken met nu. Toen we indertijd op dinsdagnacht in Le Compte binnenkwamen, zat daar hoop en al 15 man binnen, waarvan 5 verkleed. De voil jeanettenstoet bestond toen zelfs niet, er waren amper voil jeanetten te bespeuren. 

Het feestcomité heeft eind jaren 70, om de voil jeanetten nieuw leven in te blazen, wedstrijden georganiseerd in de Madelon. De eerste editie waren er 27 deelnemers. Nadien was er prijsuitreiking en gingen we rond met de winnaar. Yvan heeft toen de wedstrijd nog gewonnen, dat is nog op tv geweest in Terloops. Zo is het stilaan gegroeid tot wat de voil jeanettenstoet nu is. Dinsdag is ook onze dag hé, dat is en blijft de dag van de Aalstenaars. 

We hebben eigenlijk niet de grote massa nodig, en al zeker geen erkenning van Unesco. Ik was toen de enige die daartegen was. Ik heb dan ook voorspeld dat ze een vergrootglas gingen leggen op Aalst, en wat blijkt nu…

Maar het kwaad is geschied, er zal een massa pers aanwezig zijn met carnaval die alles zullen uitvergroten en Aalst zal opnieuw kop van jut zijn. Aalst is, met lichte overdrijving, het laatste bastion dat de vrije meningsuiting verdedigt. Als Aalst valt, zitten we in het westen met een groot probleem. 

Carnaval is zachte anarchie. De overheid moet het kader creëren waarbinnen de vastelauved-viering zich zo vrij mogelijk moet kunnen afspelen. Aalstenaar zijn is een mentaliteit, zoals wij met elkaar omgaan, kan enkel hier. Met onze Deense vlaggetjes in 2006, naar aanleiding van de Deense Mohammed-cartoons, hebben we geprotesteerd op onze manier. Het mocht niet lomp of grof zijn, maar ik had het gevoel dat we iets moesten doen. 20.000 vlaggetjes hebben we uitgedeeld! We hebben nadien zelfs een brief gekregen van de ambassadeur van Denemarken om ons te bedanken. 

Ook alle Aalsterse partijen waren vol lof, tot ze erachter kwamen dat enkele Vlaams Belang jongeren de vlaggetjes uitgedeeld hadden, toen was het plots een schande!

Zijn er grenzen voor u?

Zolang het niet persoonlijk of beledigend wordt, moet alles kunnen. Maar het is steeds balanceren op een dunne koord. Wat voor de ene beledigend is, is voor de andere doodnormaal. 

Wat is uw programma voor carnaval?

Zondag loop ik in de stoet met De Droeige Sossissen, waar ik nu lid van ben. Ik probeer om tegen uiterlijk 2 uur in mijn bed te liggen. Maandag sta ik op om een uur of 10 en ga ik door tot woensdagmorgen. Dat is alvast de planning. De kunst is om niet echt dronken te worden. Je moet uiteraard iets drinken om in een roes te geraken, maar je moet dat een beetje managen, want anders hou je het nooit vol. 

Maandag geven we tijdens de Ajuinworp met De Droeige Sossissen in den Beiaard onze “Gelèk as vroeger foif”. Maar we proberen alle cafés te doen die open zijn.

Het is dit jaar trouwens mijn 45e stoet op rij. Ik heb carnaval zien evolueren. Vroeger was er op de Grote Markt geen muziek, maar alle café’s waren open. Ik heb mijn vrouw leren kennen tijdens carnaval toen ik 16 jaar was. We gaan ook elke dag op restaurant eten tijdens carnaval. Op dinsdag is dat steeds bij de Chinees in de Vrijheidsstraat.

Zie je nog toekomst in de jeugd?

Uiteraard, maar het is aan ons om de traditie door te geven. Grote groepen zijn zo stilaan de pedalen kwijt aan het raken. Die beginnen zich meer en meer te confirmeren naar de machthebbers, en dat is niet de bedoeling van carnaval. 

De échte carnavalisten worden trouwens uiteindelijk allemaal losse groepen. 

Dat is ook de reden waarom ik tegen de Numerus Clausus ben. Je geeft de jonge generatie niet meer de kans om te groeien en hun ding te laten doen, ze moeten maar bij een bestaande groep aansluiten. Een losse groep bestaat uit een groep vrienden. Vroeger had zo’n groep een levensduur van ongeveer 7 jaar. De ene trouwde, de andere had er geen zin meer in, maar het waren 7 jaar waarin je met een groep vrienden 3 dagen uit de bol kon gaan.

Je begon meestal met een lelijke of mislukte kop, maar dat was dan maar zo. Het jaar nadien lukte dat waarschijnlijk al wat beter. Zo leer je de stiel, en de vriendschap wordt er alleen maar beter op.

Bij een grote groep heeft iedereen zijn taak, daar is geen ruimte meer voor jonge gasten om leergeld te betalen, het moet direct goed zijn. Meestal begin je onderaan de ladder en mag je beginnen met te kuisen.

Je verliest ook een stuk mentaliteit, want wat is er mooier dan een groep vrienden die samen iets creëren?